Naar de inhoud
Outils Belges

VAA elektrische bedrijfswagen 2026: waarom de prijs vaak niet telt

16 September 2026

Wie een bedrijfswagen ook privé gebruikt, wordt belast op een voordeel van alle aard, het VAA. Voor benzine- en dieselwagens stijgt dat voordeel mee met de catalogusprijs en de uitstoot. Voor elektrische wagens werkt het in 2026 opvallend anders: een groot deel van de nieuwe modellen komt op exact hetzelfde bedrag uit, wat ze ook kosten.

De formule

Het jaarlijkse VAA wordt zo berekend:

catalogusprijs × CO2-coëfficiënt × 6/7 × ouderdomscoëfficiënt

met een wettelijk minimum van € 1.690 per jaar in 2026.

De CO2-coëfficiënt vertrekt van 5,5 % en verandert met 0,1 % per gram uitstoot boven of onder een referentiewaarde: 70 g/km voor benzine (ook lpg en aardgas) en 58 g/km voor diesel. Hij ligt nooit lager dan 4 % en nooit hoger dan 18 %. Een elektrische wagen krijgt meteen het minimum van 4 %.

De ouderdomscoëfficiënt begint op 100 % in de eerste twaalf maanden en daalt daarna met 6 % per begonnen jaar, tot een bodem van 70 %.

Het minimum doet het werk

Bij een coëfficiënt van 4 % levert de formule voor een goedkopere elektrische wagen minder op dan het wettelijke minimum. Dan geldt het minimum. Voor een nieuwe wagen ligt het omslagpunt op een catalogusprijs van € 49.291,67. Daaronder betaalt iedereen met een nieuwe elektrische bedrijfswagen hetzelfde VAA: € 1.690 per jaar, of € 140,83 per maand.

Wagen, eerste jaarCatalogusprijsVAA per jaarVAA per maand
Elektrisch€ 35.000€ 1.690€ 140,83
Elektrisch€ 45.000€ 1.690€ 140,83
Elektrisch€ 55.000€ 1.885,71€ 157,14
Elektrisch€ 65.000€ 2.228,57€ 185,71
Diesel, 110 g/km€ 45.000€ 4.127,14€ 343,93
Benzine, 130 g/km€ 45.000€ 4.435,71€ 369,64

Twee dingen vallen op.

Tussen € 35.000 en € 49.291,67 maakt de prijs geen verschil. Een duurdere elektrische wagen binnen die zone kost u fiscaal niets extra. Pas daarboven begint het VAA mee te stijgen.

Bij dezelfde prijs weegt een verbrandingsmotor zwaar door. Voor € 45.000 ligt het VAA van een benzinewagen met 130 g/km ruim 2,6 keer hoger dan dat van een elektrische wagen.

Ook een duurdere elektrische wagen valt later terug op het minimum

Omdat de ouderdomscoëfficiënt elk jaar daalt, komen ook duurdere modellen na enkele jaren op het minimum uit. Een elektrische wagen van € 55.000 geeft in het eerste jaar € 1.885,71. In zijn vierde jaar, na 40 maanden, zakt de formule onder het minimum en betaalt u opnieuw € 1.690.

Wat het VAA niet is

Het VAA is geen bedrag dat u betaalt. Het wordt bij uw belastbaar inkomen geteld, en u betaalt er belasting op aan uw marginale tarief. Hoeveel het u echt kost, hangt dus af van uw hoogste belastingschijf.

Betaalt u zelf een eigen bijdrage voor het privégebruik, dan wordt die van het VAA afgetrokken, zonder dat het VAA negatief kan worden.

Voor plug-in hybrides gelden strengere regels. Voldoet de wagen niet aan de voorwaarden voor batterijcapaciteit of uitstoot, dan is het een zogenaamde valse hybride en wordt standaard met de uitstoot maal 2,5 gerekend. Het voordeel van de elektrische wagen geldt dan niet.

Het minimum van € 1.690 en de referentiewaarden voor de uitstoot worden elk jaar aangepast. De cijfers in dit artikel gelden voor 2026.

Wat onze rekentools doen

De VAA-berekening past de formule toe met de datum van eerste inschrijving, de eigen bijdrage en de regels voor hybrides, en toont vanaf welke catalogusprijs het minimum niet meer geldt. Twijfelt u tussen een wagen kopen of leasen, dan vergelijkt de tool kopen of leasen de totale kost over de looptijd.

Bronnen

De bedragen in dit artikel worden door onze rekentool zelf geproduceerd; een test blokkeert de publicatie zodra tool en artikel uiteenlopen.

Volgende artikels ontvangen

Af en toe een e-mail, geen spam: af en toe een nieuw artikel, met de fiscale/administratieve context die net veranderd is in België.

Door u in te schrijven, aanvaardt u ons privacybeleid.